zonnehof.

65 jaar Rietveldpaviljoen
Het Rietveldpaviljoen, of de ‘Zonnehof’ zoals het pand ook wel wordt genoemd, werd op initiatief van toenmalig burgemeester Hermen Molendijk door Gerrit Rietveld ontworpen. In 1959 werd het opgeleverd als expositie- maar vooral ook als gemeenschapsruimte waar álle Amersfoorters van kunst en cultuur konden genieten. Rietveld liet 6.020 ‘duimpjes’ ofwel spijkertjes in de muren plaatsen zodat exposanten dat niet en nooit meer hoefden te doen. De inrichters van de huidige exposities zijn hem daar 65 jaar later nog bijzonder dankbaar voor. In het pand moesten ‘vooruitstrevende’ kunstwerken worden tentoongesteld waarbij de grote raampartijen en de open indeling ervoor zorgen dat deze werken goed tot hun recht komen’.
Het Rietveldpaviljoen diende ruim 50 jaar als expositieruimte om liefhebbers van kunst en cultuur bij elkaar te brengen, maar kende ook perioden van leegstand. In 2017 stond het pand, eigendom van de gemeente Amersfoort, zelfs te koop. De gemeente besloot gelukkig alsnog dat het pand beschermd en gekoesterd dient te worden en dat het voor iedereen toegankelijk en uitnodigend moet zijn. Door een burgerinitiatief kreeg het Rietveldpaviljoen in 2019 een bestemming als ruimte voor Fotografie en Beeldcultuur. De Stichting Amersfoort Fotostad kreeg een mandaat tot voorjaar 2024. In de programmering werd al snel de ‘verbreding’ gezocht; fotografie gecombineerd met beeldende kunst, literatuur, muziek.
Per 1 april 2024 is de Stichting getransformeerd naar “033Rietveldpaviljoen”. Met een structurele subsidie geeft de gemeente Amersfoort perspectief op een duurzame invulling van het Rietveldpaviljoen als kunsthal voor iedereen, waar kunst wordt gemaakt, geëxposeerd en beleefd.
65 jaar Rietveldpaviljoen wordt in de tweede helft van 2024 uitgebreid gevierd met als slotstuk de jaarlijkse Rietveldexpositie, dit jaar van 28 november 2024 t/m 12 januari 2025. Er komt ook een jubileumboek op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg.

Het Rietveldpaviljoen bestaat 65 jaar. Dat vieren we met de jaarlijkse Rietveld-expositie, dit jaar van 28 november t/m 12 januari. En er komt een jubileumboek, op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg. De komende tijd lichten we op deze plaats steeds een tipje van de sluier.
Bij de RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, blijken in 2009 zeventig archiefdozen met materiaal over Rietveldpaviljoen ‘de Zonnehof’ terecht te zijn gekomen. Gered van de ROVA, gaat het verhaal. De dozen stonden er ongeopend en ongeordend. Theo Miltenburg en Anton Groot hebben ze allemaal doorgespit en de inhoud in kaart gebracht.
Vanaf de opening in 1959 is er publiciteit over De Zonnehof, zowel in landelijke als in regionale kranten:
‘Daar verrees ook een door Rietveld ontworpen permanent tentoonstellingsgebouw, waarmee Amersfoort meteen vooraan staat in de rij van Nederlandse steden die het met beeldende kunst goed menen’. (Algemeen Handelsblad, 1959)
‘Amersfoort heeft op een terrein van 20 x 20 meter een wereldberoemd tentoonstellingsgebouw’. (Parool, 1963)
‘Amersfoort kan zich er op beroemen een van de mooiste expositiegelegenheden van ons land rijk te zijn’. (Trouw, 1970)
In 1991 stond Amersfoort ruim een maand lang geheel in het teken van Hugo Claus; dichter, romanschrijver, toneelschrijver, beeldend kunstenaar, filmregisseur en scenarioschrijver. De Amersfoortse Culturele Raad organiseerde het Hugo Claus Festival met theater, film en poëzie.
In De Zonnehof was een overzichtstentoonstelling te zien van het beeldend werk van Claus in de periode 1950 – 1990, met ruim honderdvijftig tekeningen, gouaches, aquarellen en collages. Ter gelegenheid verscheen het derde deel van de Zonnehof-reeks: Hugo Claus Beeldend werk 1950 – 1990 (Freddy de Vree). Er was ook een symposium onder leiding van Adriaan van Dis.
NRC schreef in een recensie dat ‘de samenstellers van de tentoonstelling (Zonnehof-conservator Paul Coumans en Claus zelf), besloten om 'chaos' te hanteren als uitgangspunt. Samen haalden zij de hele expositie tevoorschijn uit een container waarin tijdelijk de inboedel van Claus was opgeslagen voor een verhuizing naar Antwerpen’.

In de herfst van 1984 was de tentoonstelling ‘COBRA, Aventures Collectives’ in De Zonnehof te zien. De expositie toonde de resultaten van de samenwerking tussen zes schilders die in 1948 in Parijs de kunstbeweging Cobra oprichtten; Dotremont, Alechinsky, Asger Jorn, Constant, Appel en Corneille.
Schilderijen, tekeningen, grafische bladen, geïllustreerde boeken, tijdschriften, vooral uit particuliere verzamelingen in Nederland, België, Denemarken en Frankrijk, illustreerden een van de belangrijkste experimentele uitgangspunten van Cobra: het idee dat scheppen collectief is. Elk schilderij in de tentoonstelling, elk werk op papier, of elk boek was een product waar minimaal twee kunstenaars aan hadden bijgedragen. Nooit eerder waren de vormen van samenwerking tussen de verschillende Cobra kunstenaars als uitgangspunt voor een tentoonstelling gekozen. Deze ‘Collectieve Avonturen’ waren voor het eerst te zien in De Zonnehof.
Bij de opening waren Karel Appel, Constant en Alechinsky aanwezig, evenals familie van Christian Dotremont en meerdere ambassadeurs. Een foto met Appel en Alechinsy tijdens de opening haalde de voorpagina van de Amersfoortse Courant.
Na De Zonnehof was de tentoonstelling ook te zien in het Frans Hals museum in Haarlem en in Kopenhagen, Aalborg, Luik en Tournay.
Voordat Gerrit Rietveld het huidige paviljoen ontwierp maakte hij verschillende andere ontwerpen. Hij maakte ook vaak maquettes. Op de foto een maquette van papier en karton van zijn eerste schetsontwerp (1956) voor een tentoonstellingspaviljoen op De Zonnehof, op verzoek van toenmalig burgemeester Molendijk.
Rietveld wilde voor een zuinige prijs een zo ruim mogelijk gebouw maken. Hij bedacht een groot museaal complex met meerdere vleugels, een hoog middendeel, een overdekte galerij voor beelden en heel veel glas, ook in het dak. Maar dit paste niet bij de ambities van de gemeente; te groot en te duur. Er waren ook twijfels over het materiaalgebruik en de schuin geplaatste ramen in het hogere deel. Het college van B&W besloot om verdere uitwerking op te schorten. In 1958 stelde de gemeenteraad 130.000 gulden beschikbaar voor de bouw van het huidige paviljoen.
De maquette van het eerste ontwerp is onderdeel van het Rietveld archief in beheer van het Centraal Museum Utrecht en daar ook te zien.

Het verhaal gaat dat Gerrit Rietveld zelf, staand op een ladder, op de avond voor de officiële opening op 12 september 1959, de naam boven de deur heeft geschilderd: ZONNEHOF. Naar het plein met de 19de-eeuwse villa De Zonnehof, waar het nieuwe tentoonstellingspaviljoen was gebouwd. Vanaf dat moment werd het De Zonnehof genoemd.
Begin 2018 was de toekomst van het paviljoen ongewis. De gemeente Amersfoort (eigenaar) wilde het verkopen of verhuren. Er waren verschillende iniatieven. Het AD hield een peiling via Facebook: Wat vind jij dat er met het Rietveldpaviljoen (Zonnehof Amersfoort) moet gebeuren? Gelukkig werd het geen koffiehuis, restaurant of winkel voor zelfgemaakte spullen, maar ‘een centrum voor fotografie en beeldcultuur’. Met de vele discussies was naar de achtergrond verdwenen dat het hier om cultureel erfgoed gaat, gebouwd door een wereldberoemde architect. De nieuwe beheerder, 033Fotostad, wilde dat culturele erfgoed benadrukken en bouwde daarom aan een nieuwe toekomst voor de kunsthal onder de naam Rietveldpaviljoen.
Rietveld zelf zou dat maar niks vinden en zijn familie ook niet. Maar Rietveld zei ook altijd dat zijn gebouwen niet voor de eeuwigheid waren gebouwd, vijftig jaar vond hij wel genoeg. Daar kijken we nu toch anders tegenaan. Met de naam Rietveldpaviljoen benadrukken we het cultureel erfgoed, en de link met het Rietveldpaviljoen in Venetië, en het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin van het Kröller-Müller museum
In 1987 werkten acht beeldhouwers, zes mannen en twee vrouwen zes weken samen tijdens het Beeldhouwerssymposium in Amersfoort. Van tevoren reisden de kunstenaars gezamenlijk naar steengroeves in België en Duitsland om een steen uit te zoeken. Ze konden kiezen uit groengrijze kalksteen uit Duitsland of zwarte hardsteen uit de Ardennen. De reusachtige blokken werden vervolgens naar een terrein bij de ijsbaan van Randenbroek vervoerd waar voor de gelegenheid een kunstenaarsdorp werd ingericht.
Paul Coumans, destijds directeur van De Zonnehof, was initiatiefnemer van dit evenement. Zijn voorbeeld waren de beeldhouwerssymposia die in Italië en Duitsland werden gehouden, in gebieden waar natuursteen werd gewonnen. Zoiets in Nederland organiseren was nog nooit gebeurd. Natuurlijk, Amersfoort stond en staat bekend als Keistad. Oorspronkelijk was het idee om een beeldhouwer te vragen iets moois te hakken uit de keien van Amersfoort. Dat kon natuurlijk niet, maar andere keien naar Amersfoort halen kon wel. Door enthousiasme van de gemeente Amersfoort, fondsen en bedrijven kon het Beelhouwerssymposium worden gerealiseerd.
In augustus en september van 1987 spreidde het Beeldhouwerssymposium zich uit over de stad. Het publiek kon de beeldhouwers aan het werk zien in het kunstenaarsdorp. Er werden discussiebijeenkomsten georganiseerd en films vertoond over beeldhouwkunst. In De Zonnehof was de expositie ‘Steen-Beeldhouwerssymposium’ te zien met werk van de acht deelnemers. Daarbij verscheen ook een catalogus.
Het Beeldhouwerssymposium was een enorm succes met zo’n 15.000 bezoekers waaronder koningin Beatrix, zelf beeldhouwster en groot liefhebster van moderne kunst.

Ter gelegenheid van het 65-jarig jubileum is de buste van Hermen Molendijk terug in het Rietveldpaviljoen. En daar zijn we blij mee! Immers, we hebben het vaak over Gerrit Rietveld, maar zonder Hermen Molendijk was het tentoonstellingspaviljoen De Zonnehof nooit gebouwd.
Molendijk was van 1946 tot 1961 burgemeester van Amersfoort. Een maand na zijn inhuldiging opende hij zijn eerste tentoonstelling in het St. Pieters en Bloklands Gasthuis. In zijn toespraak sprak hij deze veelbelovende woorden:
‘’U kunt zonder eenige reserve rekenen op den steun van het gemeentebestuur! De kunst vond te lang in Nederland bij de overheid geen belangstelling. De bevordering van de kunstuitingen ligt echter op den weg van regeering en stedelijke overheid.’’
Hij hield woord. Met visie, enthousiasme en een niet aflatende inzet gaf hij een enorme impuls aan kunst en cultuur in het naoorlogse Amersfoort. Hij zorgde ook voor meer geld.
‘’Toen ik hier kwam, stond er 1.500 gulden op de begroting voor culturele doeleinden. Dat was, geloof ik, voor speeltuinen. Toen ik wegging was er jaarlijks iets van vijf à zes ton voor cultuur.’’
Molendijk was bevriend met Gerrit Rietveld en vroeg hem een nieuw tentoonstellingspaviljoen te ontwerpen. Hij correspondeerde persoonlijk met Rietveld over zijn ideeën, de plannen en over de vele problemen die ze onderweg tegenkwamen.
Nadat Molendijk per brief een noodkreet aan de gemeenteraad stuurde, ‘’….wat het onderbrengen van tentoonstellingen van enig formaat betreft, kan in Amersfoort worden gesproken van een noodtoestand ….’’ gaf de gemeenteraad zijn fiat en kon de bouw beginnen.

Hermen Molendijk - beeldhouwster Charlotte van Pallandt
Is het je ooit opgevallen dat er naast het Rietveldpaviljoen een kunstwerk ligt?
Dertig jaar geleden, ter gelegenheid van het Mondriaanjaar in 1994, ontwierp de Nederlands-Israëlische kunstenaar Joseph Semah een speciale vloer van koper, staal en beton en plaatste deze naast De Zonnehof; een plattegrond-op-schaal van het Rietveldpaviljoen met een oppervlak van 40 m2. Hij noemde het kunstwerk ‘Driedimensionale Typografie nr. 1' en droeg het op aan Piet Mondriaan en tijdgenoot Gerrit Rietveld.
Bij de herinrichting van het Zonnehof plein werd het kunstwerk verwijderd zonder de kunstenaar daarvan op de hoogte te stellen. Maar Joseph Semah ontdekte het toen hij tijdens een bezoek aan Amersfoort langs het Rietveldpaviljoen wandelde om te kijken hoe zijn schepping erbij lag. In overleg met de gemeente werd het kunstwerk teruggeplaatst waar het nu weer is te zien.

© Joseph Semah
Vijf jaar geleden, op 15 oktober 2019, kreeg Amersfoort Fotostad, na een periode van leegstand, de sleutel van het totaal uitgewoonde Rietveldpaviljoen. In eerste instantie voor drie maanden; het werden vijf tropenjaren. Onder leiding van Hans van Helden en zijn kernteam zetten tientallen vrijwilligers de schouders onder het weer bewoonbaar maken van de kunsthal. Vanuit het hele land werden door andere musea afgeschreven spullen naar het paviljoen gebracht. Vanaf de eerste expositie was de formule: een combinatie van landelijk en lokaal, van fotografie en beeldende kunst en oog voor jonge makers.
Dit had succes en de periode van ‘leegstandsbeheerders’ werd stilzwijgend steeds verlengd. Fotostad organiseerde uiteindelijk 79 exposities en vele honderden andere activiteiten. De politieke erkenning volgde in 2022. Het Rietveldpaviljoen krijgt vanaf 2024 structureel subsidie van de gemeente en wordt onderdeel van de culturele basisstructuur. Er wacht een mooie toekomst voor het paviljoen waarvan ontwerper Gerrit Rietveld zelf dacht dat het geen blijvertje zou zijn.

Als liefhebster van moderne kunst én beeldhouwster heeft toenmalig koningin Beatrix een aantal exposities in De Zonnehof bezocht. Deze foto maakte fotograaf Conny Meslier tijdens haar bezoek aan de expositie van de Franse beeldhouwer Eugene Dodeigne in 1990. Koningin Beatrix was ook een liefhebber van Armando. In 1993 bezocht zij het Cultureel Festival Armando met een expositie in De Zonnehof en in 1998 opende zij het Armandomuseum in de Elleboogkerk.
Audiotour
Een bezoek van koningin Beatrix komt ook voorbij in de bijzondere audiotour over 65 jaar Rietveldpaviljoen. Theatermakers Rinske Bouwman en Inge Wannet brengen hierin het Rietveldpaviljoen letterlijk en figuurlijk tot leven. Met de audiotour loop je op een andere manier door en rondom het Rietveldpaviljoen terwijl je luistert naar verhalen over wat zich hier de afgelopen 65 jaar heeft afgespeeld. De audiotour is beschikbaar tijdens de jubileumexpositie van 28 november tot 19 januari. Maar ook daarna blijft het een vast onderdeel van het Rietveldpaviljoen. Zo kunnen ook toekomstige bezoekers genieten van de bijzondere geschiedenis van ons cultureel erfgoed.

Foto: Conny Meslier
Hoeveel geluk kan een stad hebben
Rietveldpaviljoen De Zonnehof bestaat 65 jaar
Het had niet veel gescheeld of Amersfoort was zijn prachtige Rietveldpaviljoen De Zonnehof kwijt geraakt. Met de opening van de nieuwe kunsthal KAdE was er in 2009 geen bestemming meer voor de in 1959 geopende schepping van Gerrit Rietveld. Het lot van het gebouw was jaren lang onzeker, verplaatsing, verkoop of verhuur werd meerdere malen overwogen. Daarmee zou een einde zijn gekomen aan een lange periode waarin De Zonnehof met zijn honderden exposities en culturele manifestaties veel stof had doen opwaaien, niet alleen in de stad maar in het hele land.
Het paviljoen was een verrijking voor het culturele leven. Dit boek vertelt de geschiedenis van het Rietveldpaviljoen vanaf de allereerste plannen van de legendarische burgemeester Hermen Molendijk tot aan de herrijzenis in de afgelopen jaren. Met tientallen prachtige illustraties laat het boek zien waarom de stad zo veel geluk heeft gehad met de vestiging in Amersfoort 65 jaar geleden van deze eerste Nederlandse kunsthal.
- Productvorm: Softcover met flappen
- Taal: Nederlands
- Aantal pagina’s: 208
- Prijs: € 35,-
Voor het verzenden wordt € 4,50 in rekening gebracht.
Het boek kan tijdens openingstijden ook gekocht worden in het Rietveldpaviljoen.
Voor het verzenden wordt € 4,50 in rekening gebracht.
Het boek zal vanaf 15 januari 2025 worden verzonden.
Het boek kan vanaf 16 januari 2025 worden opgehaald in het Rietveldpaviljoen, Zonnehof 8, Amersfoort. Openingtijden: donderdag t/m zondag van 12 tot 17 uur.
Voor het afhalen dient u de factuur mee te nemen.
Jeroen de Valk schreef een eerste uitgebreide en lovende recensie voor De Stad Amersfoort.
Het boek schetst in toegankelijke taal en met veel beeldmateriaal de geschiedenis van Hermen Molendijk tot Hans van Helden - oogverblindende opmaak.
Lees hier de hele recensie.
Audiotocht
Regie en audio: Inge Wannet
Tekst: Rinske Bouwman
Stem Lucas: Yannick Weermeijer
Stem gebouw: Inge Wannet
Casting: House of Voice
Met dank aan: Centersound Studio Amsterdam

Exposities vanaf 1959 in De Zonnehof
Zo’n 500 exposities zijn er vanaf 1959 getoond in De Zonnehof.
In het overzicht hieronder vind je alle exposities per tijdsperiode met een toelichting van Anton Groot en Theo Miltenburg die het overzicht (1959 - 2018) samenstelden na uitvoerig onderzoek in de archieven.
Buitenkunst
DE ´GROTE VIER´ VAN CAREL VISSER

Het beeld ‘De Grote Vier’ van Carel Visser is in 1965 geplaatst. Het was een cadeau aan het Rietveldpaviljoen van de Vereniging van Krachtwerktuigen die toen 50 jaar bestond. In 1915 opgericht om ondernemers te steunen bij de aanschaf van krachtwerktuigen zoals stoommachines, vierde de vereniging haar 50-jarig jubileum met het congres Mens, machine en milieu en een fototentoonstelling in de Zonnehof.
Carel Visser ontwierp ‘De Grote Vier’ in 1954. Het beeld naast het Rietveldpaviljoen is de grootste versie van het ontwerp. Kleinere exemplaren zijn te vinden in het Stedelijk Museum en in het Kunstmuseum in Den Haag. Om het goed in je op te nemen, moet je eromheen lopen. Houd je ogen gericht op de verbinding tussen de vier elementen, dan dringt de vormgeving van dit kunstwerk goed tot je door.
‘De Grote Vier’ is te beschouwen als een oorlogsmonument. Het verwijst naar de samenwerking tussen de geallieerde landen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de Vereniging van Krachtwerktuigen staat ‘De Grote Vier’ echter symbool voor de vier elementen, zo belangrijk voor de wereld van krachtwerktuigen, aarde, vuur, water en lucht.
Visser was een geestverwant van Rietveld. Net als Rietveld hield hij van eenvoudige geometrische lijnen en had hij oog voor de ruimte tussen de elementen. Het werk van Visser past daarom goed bij het Rietveldpaviljoen.
WERK
Met zijn werk onderscheidde Carel Visser zich van zijn tijdgenoten. Hij was een pionier die steeds nieuwe manieren zocht om zijn beelden te visualiseren. Hij vond het werk van Brancusi, Giacometti en Mondriaan boeiend. Hij is de eerste jaren vooral bezig met geometrisch abstracte figuren. Dat gaat in tegen de heersende stijl uit die tijd van traditionele beeldhouwers en van de stijl die gewaardeerd wordt op de kunstacademies in het land. Hij besteedde veel aandacht aan de constructie van zijn werken, hoe kun je verbindingen maken zonder te lassen? Hij maakte collages, met dingen die hij in de natuur vond, zoals veren en eieren en later ook met andere materialen zoals wol, glas, zand, autobanden. Hij zocht voortdurend naar nieuwe vormen.

De eerste openlijke waardering voor het werk van Visser kwam van Willem Sandberg, destijds directeur van het Stedelijk Museum. Sandberg nodigde Visser in 1960 uit voor een expositie in het Stedelijk. Die expositie leidde tot tal van uitnodigingen vanuit binnen – en buitenland voor deelname aan exposities. Zijn eerste expositie in de Zonnehof is in 1962, in samenwerking met kunstenaar Joost van Rooijen. De expositie wordt ingericht door de architect Aldo van Eijck. In 1968 werd Visser uitgenodigd voor de Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië. In 2000 is er een overzichtsexpositie van zijn werk in de Zonnehof. Voor die gelegenheid wordt ook een deel van de Zonnehofreeks aan Carel Visser gewijd. Op het affiche voor deze expositie is het werk Stervend paard te zien dat Visser in 1949 maakte, geïnspireerd op het paard in het schilderij Guernica van Picasso. Stervend paard is gemaakt uit stukken kachelpijp. Je kunt daar een verwijzing in zien naar de schoorstenen in de vernietigingskampen van de nazi’s. Dit werk is nu te zien in het Krӧller-Müller Museum, Otterlo.
BETEKENIS
Carel Visser wordt als een van de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers van na de Tweede Wereldoorlog beschouwd. Hij maakte ook veel tekeningen en grafisch werk. Het werk van Carel Visser zit onder andere in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam (circa 160 werken), het Kunstmuseum Den Haag, het Krӧller-Müller Museum in Otterlo (circa 160 werken), Beelden aan Zee, Boymans van Beuingen in Rotterdam (6 werken), Tate Modern in Londen en Museum of Modern Art in New York. Onlangs is een werk van Carel Visser teruggevonden en geplaatst in de tuin bij het Rijksmuseum Amsterdam.
Met dank aan Theo Miltenburg.
DE 'ZONNESTRAAL' VAN JAN VAN MUNSTER

Jan van Munster - De Zonnestraal
Jan van Munster was een van de eerste kunstenaars die met neon werkte. Op de Zonnehof staat zijn Zonnestraal, in 1989 ontworpen in opdracht van de gemeente Amersfoort. De Zonnestraal verwijst naar De Zonnehof: als het donker is zie je de lichtstraal, een mooie tegenstelling.
In Almere staat een hoge versie van de Zonnestraal. Het heeft een vergelijkbare vormgeving, is vijftig meter hoog en laat bij sterke wind een uitslag van zes meter zien.
In 1992 had Jan van Munster een solo-expositie in de Zonnehof. Voor die gelegenheid werd ook een deel van de Zonnehofreeks aan hem gewijd. Zijn focus lag op energie, zelf sprak hij liever over kortsluiting. Energie zag hij als natuurkundig verschijnsel maar ook als bron van leven en vruchtbaarheid.

Jan van Munster, Circle of Energy Mechelen (2009)
WERK
Jan van Munster (1939 - 2024) is internationaal bekend geworden als beeldhouwer, installatie- en lichtkunstenaar. Aanvankelijk werkte hij met hout, steen, brons en glas. Vanaf de zeventiger jaren werd de toepassing van licht belangrijker. Zijn werk is minimalistisch, het draait om alle vormen van energie, zoals magnetische krachten, geluid en radioactiviteit. Het oogt fragiel, kwetsbaar maar is heel robuust.

Jan van Munster, Day and Night Brainwave (2005) Gorinchem

Jan van Munster, Battery for five fingers (1995) Krӧller-Müller Museum, Otterlo.
Jan van Munster woonde en werkte in Oost-Souburg/Zeeland. Hij is oprichter en bedenker van Stichting IK, productie – en tentoonstellingsruimte voor eigentijdse beeldende kunst (vanaf 2008). Hij overleed in mei 2024 op 84-jarige leeftijd.
Met dank aan Theo Miltenburg
DRIEDIMENSIONALE TYPOGRAFIE VAN JOSEPH SEMAH
De kans bestaat dat het je nooit is opgevallen, het kunstwerk Driedimensionale Typografie van Joseph Semah, pal naast het Rietveldpaviljoen. Voor het Mondriaanjaar 1994 ontwierp hij aan de rechterzijde van de Zonnehof een werk met dezelfde afmetingen als het Rietveldpaviljoen, bedoeld als een open boek.
Het project Driedimensionale typografie bestond oorspronkelijk uit drie delen: het werk naast de Zonnehof, het boek Driedimensionale Typografie, en een werk voor het Mondriaanhuis.
Met Driedimensionale Typografie reageerde Semah op de architectuur van Rietveld en op het werk van Mondriaan en Barnett Newman, de laatste vooral bekend van het schilderij Who is afraid of red, yellow and blue?
Het werk naast het Rietveldpaviljoen is uitgevoerd in ijzer, brons en beton. In de 16 betonplaten zie je de plattegrond van het paviljoen terug. De randen vormen een rasterpatroon dat verwijst naar vormen die Mondriaan gebruikte. De andere helft van het werk is van ijzer, met bronzen banen op de positie van de stalen pilaren in het gebouw. Die banen verwijzen dan weer naar het werk van Newman dat op zijn beurt verwijst naar de tallit, een omslagdoek die joden gebruiken bij het gebed. Zo brengt Semah de spirituele en religieuze achtergrond van Mondriaan in relatie met de joodse achtergrond van Newman. Voor Semah symboliseert dit werk een poging om de vijandschap tussen christenen en joden te verzoenen.
Ook het gebruikte materiaal heeft een symbolische betekenis. De roestlaag die in de loop van de tijd op het ijzer is gekomen, symboliseert het verstrijken van de tijd. In het Hebreeuws is het woord voor tijd gelijk aan dat van roest. Het brons verwijst naar het goddelijke.
De Zonnehof was tijdens de expositie van het werk van Semah leeg. ’s Avonds werden via monitoren teksten getoond van het boek dat bij dit project hoort. Semah meent dat kunstuitingen niet zonder tekst en uitleg kunnen. Kunstenaars besteden daar volgens hem te weinig aandacht aan. Het is een opmerkelijk boek. Op iedere bladzijde staan meerdere teksten, elk heeft een eigen typografie. Een deel van de teksten is sterk filosofisch van aard, moeilijk te doorgronden met een hoog abstractieniveau. Diverse auteurs beschrijven hun opvattingen over het werk en de ideeën van Mondriaan, Rietveld en Newman.
Het deel van het project Driedimensionale Typografie dat voor het Mondriaanhuis was bedoeld is nooit geplaatst. Het kunstwerk dat Semah daarvoor ontwierp leidde tot een hevige crisis in het bestuur. Semah baseerde het werk op de christelijke school waar de vader van Piet Mondriaan hoofdonderwijzer was. Hij was een groot pleitbezorger van het christelijke onderwijs en had contact met Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper, actief in de Anti-Revolutionaire Partij. Het kunstwerk toont de plattegrond van de school in de 19e eeuw. De acht verschillende ruimtes worden in het kunstwerk gesymboliseerd door acht platte dozen van cortenstaal. Iedere doos staat iets gekanteld door acht bronzen hanen die eronder liggen. Het cortenstaal verwijst naar Hebreeuwse geschriften. Teksten van Mondriaan zijn in de dozen verborgen, zijn ze er begraven? De hanen kun je in verband brengen met de hanen op protestantse kerken maar net zo goed met de haan die drie keer kraaide toen Petrus beweerde dat hij Christus niet kende.
LEVEN
Joseph Semah werd in 1948 geboren in Bagdad. Na de vestiging van de staat Israël werden de Iraakse joden verdreven uit die stad. Hij ging met zijn ouders in 1950 naar Israël en groeide op in Tel Aviv. Hij studeerde filosofie en elektronica aan de universiteit van Tel Aviv en vestigde zich als beeldend kunstenaar.
Na de Zesdaagse Oorlog en de Yom Kippuroorlog besloot Semah in 1975 dat hij niet langer in Israël wilde blijven. Hij vertrok naar Europa, werkte in Berlijn, Londen en Amsterdam waar hij zich uiteindelijk vestigde.
FILOSOFIE EN SYMBOLIEK
Volgens Semah heeft zijn grootvader, een vooraanstaand rabbijn in Bagdad, een grote invloed gehad op zijn gedachten als liberale, humanistische, tolerante jood. Semah onderzoekt in zijn werk de relaties tussen christendom, jodendom en islam, waarbij hij niet voorbijgaat aan de donkere aspecten. Hij zoekt ook naar betekenissen in relatie met moderne kunstenaars. Zijn kunstwerken staan steeds in relatie tot teksten. Semah is sterk beïnvloed door de Joodse traditie van tekststudie (Torah, Talmoed, Midrasj), waarin betekenissen zich ontvouwen door interpretatie, commentaar en lagen van verwijzingen. Zijn kunstwerken functioneren in die zin niet als autonome objecten, maar als commentaar of aanvulling op bestaande teksten, filosofisch, religieus of literair. Hij noemt zijn kunstwerken daarom “voetnoten”, omdat ze net als in een boek de hoofdtekst verhelderen, bevragen of kritisch becommentariëren.
Semah wil met zijn werk bijdragen aan wederzijds begrip en tolerantie. Hij kijkt kritisch naar westerse kunst en cultuur en onderzoekt de claim dat de Europese cultuur van joods-christelijke origine is. Hij wil de cultuur en deze religieuze bronnen confronteren met andere culturen en kunstuitingen. Hij verzet zich tegen de opvatting van Mondriaan dat een zoektocht naar de ultieme vorm van abstractie uiteindelijk tot resultaat zal leiden. Semah meent dat de werkelijkheid veelvormig is en dat het zoeken naar de ene waarheid zinloos is. Hij is ook verbaasd over het feit dat niets in het werk van Mondriaan laat zien dat er een afschuwelijke oorlog woedde in Europa; hoe kun je dan zo geobsedeerd zijn door lijnen en vlakken? Hij voelt zich meer thuis bij Newman en ziet de titel van diens werk Who is afraid of red, yellow and blue? als zijn kritiek op Mondriaan.
WERK
In 1997 maakte Semah het kunstwerk Het geheim van Poliphilo, voor de Verborgen Zone in de Amersfoortse wijk Kattenbroek. Achttien boeken verspreid in het groen, de bladzijden ondersteund door bronzen objecten. Het verhaal Het geheim van Poliphilo is al sinds de Renaissance een veelgebruikte inspiratie voor de inrichting van tuinen.
In verschillende Nederlandse plaatsen is werk van Semah te zien in de openbare ruimte (o.a. Groningen, Zwijndrecht, Barendregt, Venlo, Eindhoven, Almere, Amsterdam).
In de Folkingestraat in Groningen vind je dit kunstwerk van Semah. Over de hele lengte van de straat zijn elf bronzen afbeeldingen te zien, het zijn schijngestalten van de maan. Ze herinneren aan de Joodse bewoners, die hier voor de Tweede Wereldoorlog woonden. Het woord maan betekent in het Hebreeuws oog en is bovendien verbonden aan het getal elf. Voor Semah vormt de maancyclus een metafoor voor de levenscyclus en de cycli waaruit geschiedenis en toekomst zijn opgebouwd.
In de liftschacht van Felix Meritis verschijnt een 'geweven kunstwerk van neon' met de grote namen uit de geschiedenis van Felix Meritis van verleden tot heden, de namen in spiegelbeeld. Het kunstwerk plaatst de geschiedenis van het gebouw tegen twee eeuwen hoofdstedelijke culturele, sociale, politieke en economische ontwikkeling. Ook dit is onderdeel van een driedelig project.
Zo’n twintig werken van Semah zijn te vinden in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.
Met dank aan Theo Miltenburg.
'OPZIJ' VAN MAJA VAN HALL

MANNEN ‘OPZIJ’ VOOR KEI kopt dagblad Het Vrije Volk in de krant van 26 mei 1984.
De gemeente Amersfoort is in het trotse bezit van een feministisch monument in de vorm van een 1200 kilo zware steen. In de kei is het woord ‘’Opzij’’ gehouwen. Het werkstuk is gemaakt door kunstenares Maja van Hall. Zij wil dat de steen op een ‘’hinderlijke’’ manier voor een herenlokaliteit wordt geplaatst, zodat hij als ‘’sta-in-de-weg’’ voor mannen goed tot zijn recht komt. Het monument kost 2500 gulden. Dat bedrag is betaald door de Stichtse Culturele Raad.
Met haar kunstwerk bracht Maja van Hall een eerbetoon aan het maandblad Opzij dat destijds tien jaar bestond. Het beeld werd voorlopig geplaatst voor de ingang van de bibliotheek, toen nog gevestigd aan de Zonnehof. Met de herinrichting van het park en de verhuizing van de bibliotheek kreeg het een prominentere plek in het midden van de Zonnehof. Er was ruime aandacht van de pers, wat weer leidde tot veel discussie over het feminisme.
LEVEN EN WERK
Maja van Hall (1937) volgde een opleiding tot beeldhouwer aan de KABK in Den Haag en aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In de jaren zestig raakte ze politiek geëngageerd en werd actief binnen de vrouwenbeweging, die zich inzette voor de emancipatie van vrouwen, gelijke rechten en gelijke beloning. Zij leerde feministen van het eerste uur kennen, onder wie Hedy d’Ancona, Ariane Amsberg en Bertha van Amstel. Haar politieke en feministische betrokkenheid bracht ze tot uiting in haar beeldhouwwerk.
In 1967 maakte ze een kleine reeks ‘sloofjes’, ironisch-feministische beelden in brons, met als thema de huisvrouw aan het werk. Een hangt de was op, een ander strijkt en de derde stofzuigt.

Na het overlijden in 1974 van haar dochter Eva veranderde haar werk en maakte zij ingebonden figuren in brons. Vanuit deze beelden ontwikkelde zij een meer gestileerde vormtaal die grote en krachtige beelden opleverde. Werk in de openbare ruimte is o.a. te zien in Utrecht, Arnhem, Ulft en Gouda. Zij werkt sinds een aantal jaren ook samen met haar zoon Jurriaan van Hall, schilder en later beeldhouwer.
In 2012 kwam er een grote overzichtstentoonstelling in Museum Beelden aan Zee. Maja was toen 75. Ook werd er een documentaire gemaakt.

Maja van Hall, Liggend – Maliebaan Utrecht 1984
Maja raakte in 1978 bevriend met beeldhouwster Charlotte van Palland. Het groeide uit tot een hechte vriendschap. Charlotte maakte een prachtig portret van dit icoon van de Nederlandse beeldhouwkunst.
Met dank aan Theo Miltenburg

Portret van Maja van Hall door Charlotte van Palland, Museum De Fundatie. Ca. 1980
Memorabele momenten
Het Rietveldpaviljoen, of de ‘Zonnehof’ zoals het pand ook wel wordt genoemd, werd op initiatief van toenmalig burgemeester Hermen Molendijk door Gerrit Rietveld ontworpen. In 1959 werd het opgeleverd als expositie- maar vooral ook als gemeenschapsruimte waar álle Amersfoorters van kunst en cultuur konden genieten. Rietveld liet 6.020 ‘duimpjes’ ofwel spijkertjes in de muren plaatsen zodat exposanten dat niet en nooit meer hoefden te doen. De inrichters van de huidige exposities zijn hem daar 65 jaar later nog bijzonder dankbaar voor. In het pand moesten ‘vooruitstrevende’ kunstwerken worden tentoongesteld waarbij de grote raampartijen en de open indeling ervoor zorgen dat deze werken goed tot hun recht komen’.
Het Rietveldpaviljoen diende ruim 50 jaar als expositieruimte om liefhebbers van kunst en cultuur bij elkaar te brengen, maar kende ook perioden van leegstand. In 2017 stond het pand, eigendom van de gemeente Amersfoort, zelfs te koop. De gemeente besloot gelukkig alsnog dat het pand beschermd en gekoesterd dient te worden en dat het voor iedereen toegankelijk en uitnodigend moet zijn. Door een burgerinitiatief kreeg het Rietveldpaviljoen in 2019 een bestemming als ruimte voor Fotografie en Beeldcultuur. De Stichting Amersfoort Fotostad kreeg een mandaat tot voorjaar 2024. In de programmering werd al snel de ‘verbreding’ gezocht; fotografie gecombineerd met beeldende kunst, literatuur, muziek.
Per 1 april 2024 is de Stichting getransformeerd naar “033Rietveldpaviljoen”. Met een structurele subsidie geeft de gemeente Amersfoort perspectief op een duurzame invulling van het Rietveldpaviljoen als kunsthal voor iedereen, waar kunst wordt gemaakt, geëxposeerd en beleefd.
65 jaar Rietveldpaviljoen wordt in de tweede helft van 2024 uitgebreid gevierd met als slotstuk de jaarlijkse Rietveldexpositie, dit jaar van 28 november 2024 t/m 12 januari 2025. Er komt ook een jubileumboek op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg.

Het Rietveldpaviljoen bestaat 65 jaar. Dat vieren we met de jaarlijkse Rietveld-expositie, dit jaar van 28 november t/m 12 januari. En er komt een jubileumboek, op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg. De komende tijd lichten we op deze plaats steeds een tipje van de sluier.
Bij de RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, blijken in 2009 zeventig archiefdozen met materiaal over Rietveldpaviljoen ‘de Zonnehof’ terecht te zijn gekomen. Gered van de ROVA, gaat het verhaal. De dozen stonden er ongeopend en ongeordend. Theo Miltenburg en Anton Groot hebben ze allemaal doorgespit en de inhoud in kaart gebracht.
Vanaf de opening in 1959 is er publiciteit over De Zonnehof, zowel in landelijke als in regionale kranten:
‘Daar verrees ook een door Rietveld ontworpen permanent tentoonstellingsgebouw, waarmee Amersfoort meteen vooraan staat in de rij van Nederlandse steden die het met beeldende kunst goed menen’. (Algemeen Handelsblad, 1959)
‘Amersfoort heeft op een terrein van 20 x 20 meter een wereldberoemd tentoonstellingsgebouw’. (Parool, 1963)
‘Amersfoort kan zich er op beroemen een van de mooiste expositiegelegenheden van ons land rijk te zijn’. (Trouw, 1970)
In 1991 stond Amersfoort ruim een maand lang geheel in het teken van Hugo Claus; dichter, romanschrijver, toneelschrijver, beeldend kunstenaar, filmregisseur en scenarioschrijver. De Amersfoortse Culturele Raad organiseerde het Hugo Claus Festival met theater, film en poëzie.
In De Zonnehof was een overzichtstentoonstelling te zien van het beeldend werk van Claus in de periode 1950 – 1990, met ruim honderdvijftig tekeningen, gouaches, aquarellen en collages. Ter gelegenheid verscheen het derde deel van de Zonnehof-reeks: Hugo Claus Beeldend werk 1950 – 1990 (Freddy de Vree). Er was ook een symposium onder leiding van Adriaan van Dis.
NRC schreef in een recensie dat ‘de samenstellers van de tentoonstelling (Zonnehof-conservator Paul Coumans en Claus zelf), besloten om 'chaos' te hanteren als uitgangspunt. Samen haalden zij de hele expositie tevoorschijn uit een container waarin tijdelijk de inboedel van Claus was opgeslagen voor een verhuizing naar Antwerpen’.

In de herfst van 1984 was de tentoonstelling ‘COBRA, Aventures Collectives’ in De Zonnehof te zien. De expositie toonde de resultaten van de samenwerking tussen zes schilders die in 1948 in Parijs de kunstbeweging Cobra oprichtten; Dotremont, Alechinsky, Asger Jorn, Constant, Appel en Corneille.
Schilderijen, tekeningen, grafische bladen, geïllustreerde boeken, tijdschriften, vooral uit particuliere verzamelingen in Nederland, België, Denemarken en Frankrijk, illustreerden een van de belangrijkste experimentele uitgangspunten van Cobra: het idee dat scheppen collectief is. Elk schilderij in de tentoonstelling, elk werk op papier, of elk boek was een product waar minimaal twee kunstenaars aan hadden bijgedragen. Nooit eerder waren de vormen van samenwerking tussen de verschillende Cobra kunstenaars als uitgangspunt voor een tentoonstelling gekozen. Deze ‘Collectieve Avonturen’ waren voor het eerst te zien in De Zonnehof.
Bij de opening waren Karel Appel, Constant en Alechinsky aanwezig, evenals familie van Christian Dotremont en meerdere ambassadeurs. Een foto met Appel en Alechinsy tijdens de opening haalde de voorpagina van de Amersfoortse Courant.
Na De Zonnehof was de tentoonstelling ook te zien in het Frans Hals museum in Haarlem en in Kopenhagen, Aalborg, Luik en Tournay.
Voordat Gerrit Rietveld het huidige paviljoen ontwierp maakte hij verschillende andere ontwerpen. Hij maakte ook vaak maquettes. Op de foto een maquette van papier en karton van zijn eerste schetsontwerp (1956) voor een tentoonstellingspaviljoen op De Zonnehof, op verzoek van toenmalig burgemeester Molendijk.
Rietveld wilde voor een zuinige prijs een zo ruim mogelijk gebouw maken. Hij bedacht een groot museaal complex met meerdere vleugels, een hoog middendeel, een overdekte galerij voor beelden en heel veel glas, ook in het dak. Maar dit paste niet bij de ambities van de gemeente; te groot en te duur. Er waren ook twijfels over het materiaalgebruik en de schuin geplaatste ramen in het hogere deel. Het college van B&W besloot om verdere uitwerking op te schorten. In 1958 stelde de gemeenteraad 130.000 gulden beschikbaar voor de bouw van het huidige paviljoen.
De maquette van het eerste ontwerp is onderdeel van het Rietveld archief in beheer van het Centraal Museum Utrecht en daar ook te zien.

Het verhaal gaat dat Gerrit Rietveld zelf, staand op een ladder, op de avond voor de officiële opening op 12 september 1959, de naam boven de deur heeft geschilderd: ZONNEHOF. Naar het plein met de 19de-eeuwse villa De Zonnehof, waar het nieuwe tentoonstellingspaviljoen was gebouwd. Vanaf dat moment werd het De Zonnehof genoemd.
Begin 2018 was de toekomst van het paviljoen ongewis. De gemeente Amersfoort (eigenaar) wilde het verkopen of verhuren. Er waren verschillende iniatieven. Het AD hield een peiling via Facebook: Wat vind jij dat er met het Rietveldpaviljoen (Zonnehof Amersfoort) moet gebeuren? Gelukkig werd het geen koffiehuis, restaurant of winkel voor zelfgemaakte spullen, maar ‘een centrum voor fotografie en beeldcultuur’. Met de vele discussies was naar de achtergrond verdwenen dat het hier om cultureel erfgoed gaat, gebouwd door een wereldberoemde architect. De nieuwe beheerder, 033Fotostad, wilde dat culturele erfgoed benadrukken en bouwde daarom aan een nieuwe toekomst voor de kunsthal onder de naam Rietveldpaviljoen.
Rietveld zelf zou dat maar niks vinden en zijn familie ook niet. Maar Rietveld zei ook altijd dat zijn gebouwen niet voor de eeuwigheid waren gebouwd, vijftig jaar vond hij wel genoeg. Daar kijken we nu toch anders tegenaan. Met de naam Rietveldpaviljoen benadrukken we het cultureel erfgoed, en de link met het Rietveldpaviljoen in Venetië, en het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin van het Kröller-Müller museum
In 1987 werkten acht beeldhouwers, zes mannen en twee vrouwen zes weken samen tijdens het Beeldhouwerssymposium in Amersfoort. Van tevoren reisden de kunstenaars gezamenlijk naar steengroeves in België en Duitsland om een steen uit te zoeken. Ze konden kiezen uit groengrijze kalksteen uit Duitsland of zwarte hardsteen uit de Ardennen. De reusachtige blokken werden vervolgens naar een terrein bij de ijsbaan van Randenbroek vervoerd waar voor de gelegenheid een kunstenaarsdorp werd ingericht.
Paul Coumans, destijds directeur van De Zonnehof, was initiatiefnemer van dit evenement. Zijn voorbeeld waren de beeldhouwerssymposia die in Italië en Duitsland werden gehouden, in gebieden waar natuursteen werd gewonnen. Zoiets in Nederland organiseren was nog nooit gebeurd. Natuurlijk, Amersfoort stond en staat bekend als Keistad. Oorspronkelijk was het idee om een beeldhouwer te vragen iets moois te hakken uit de keien van Amersfoort. Dat kon natuurlijk niet, maar andere keien naar Amersfoort halen kon wel. Door enthousiasme van de gemeente Amersfoort, fondsen en bedrijven kon het Beelhouwerssymposium worden gerealiseerd.
In augustus en september van 1987 spreidde het Beeldhouwerssymposium zich uit over de stad. Het publiek kon de beeldhouwers aan het werk zien in het kunstenaarsdorp. Er werden discussiebijeenkomsten georganiseerd en films vertoond over beeldhouwkunst. In De Zonnehof was de expositie ‘Steen-Beeldhouwerssymposium’ te zien met werk van de acht deelnemers. Daarbij verscheen ook een catalogus.
Het Beeldhouwerssymposium was een enorm succes met zo’n 15.000 bezoekers waaronder koningin Beatrix, zelf beeldhouwster en groot liefhebster van moderne kunst.

Ter gelegenheid van het 65-jarig jubileum is de buste van Hermen Molendijk terug in het Rietveldpaviljoen. En daar zijn we blij mee! Immers, we hebben het vaak over Gerrit Rietveld, maar zonder Hermen Molendijk was het tentoonstellingspaviljoen De Zonnehof nooit gebouwd.
Molendijk was van 1946 tot 1961 burgemeester van Amersfoort. Een maand na zijn inhuldiging opende hij zijn eerste tentoonstelling in het St. Pieters en Bloklands Gasthuis. In zijn toespraak sprak hij deze veelbelovende woorden:
‘’U kunt zonder eenige reserve rekenen op den steun van het gemeentebestuur! De kunst vond te lang in Nederland bij de overheid geen belangstelling. De bevordering van de kunstuitingen ligt echter op den weg van regeering en stedelijke overheid.’’
Hij hield woord. Met visie, enthousiasme en een niet aflatende inzet gaf hij een enorme impuls aan kunst en cultuur in het naoorlogse Amersfoort. Hij zorgde ook voor meer geld.
‘’Toen ik hier kwam, stond er 1.500 gulden op de begroting voor culturele doeleinden. Dat was, geloof ik, voor speeltuinen. Toen ik wegging was er jaarlijks iets van vijf à zes ton voor cultuur.’’
Molendijk was bevriend met Gerrit Rietveld en vroeg hem een nieuw tentoonstellingspaviljoen te ontwerpen. Hij correspondeerde persoonlijk met Rietveld over zijn ideeën, de plannen en over de vele problemen die ze onderweg tegenkwamen.
Nadat Molendijk per brief een noodkreet aan de gemeenteraad stuurde, ‘’….wat het onderbrengen van tentoonstellingen van enig formaat betreft, kan in Amersfoort worden gesproken van een noodtoestand ….’’ gaf de gemeenteraad zijn fiat en kon de bouw beginnen.

Hermen Molendijk - beeldhouwster Charlotte van Pallandt
Is het je ooit opgevallen dat er naast het Rietveldpaviljoen een kunstwerk ligt?
Dertig jaar geleden, ter gelegenheid van het Mondriaanjaar in 1994, ontwierp de Nederlands-Israëlische kunstenaar Joseph Semah een speciale vloer van koper, staal en beton en plaatste deze naast De Zonnehof; een plattegrond-op-schaal van het Rietveldpaviljoen met een oppervlak van 40 m2. Hij noemde het kunstwerk ‘Driedimensionale Typografie nr. 1' en droeg het op aan Piet Mondriaan en tijdgenoot Gerrit Rietveld.
Bij de herinrichting van het Zonnehof plein werd het kunstwerk verwijderd zonder de kunstenaar daarvan op de hoogte te stellen. Maar Joseph Semah ontdekte het toen hij tijdens een bezoek aan Amersfoort langs het Rietveldpaviljoen wandelde om te kijken hoe zijn schepping erbij lag. In overleg met de gemeente werd het kunstwerk teruggeplaatst waar het nu weer is te zien.

© Joseph Semah
Vijf jaar geleden, op 15 oktober 2019, kreeg Amersfoort Fotostad, na een periode van leegstand, de sleutel van het totaal uitgewoonde Rietveldpaviljoen. In eerste instantie voor drie maanden; het werden vijf tropenjaren. Onder leiding van Hans van Helden en zijn kernteam zetten tientallen vrijwilligers de schouders onder het weer bewoonbaar maken van de kunsthal. Vanuit het hele land werden door andere musea afgeschreven spullen naar het paviljoen gebracht. Vanaf de eerste expositie was de formule: een combinatie van landelijk en lokaal, van fotografie en beeldende kunst en oog voor jonge makers.
Dit had succes en de periode van ‘leegstandsbeheerders’ werd stilzwijgend steeds verlengd. Fotostad organiseerde uiteindelijk 79 exposities en vele honderden andere activiteiten. De politieke erkenning volgde in 2022. Het Rietveldpaviljoen krijgt vanaf 2024 structureel subsidie van de gemeente en wordt onderdeel van de culturele basisstructuur. Er wacht een mooie toekomst voor het paviljoen waarvan ontwerper Gerrit Rietveld zelf dacht dat het geen blijvertje zou zijn.

Als liefhebster van moderne kunst én beeldhouwster heeft toenmalig koningin Beatrix een aantal exposities in De Zonnehof bezocht. Deze foto maakte fotograaf Conny Meslier tijdens haar bezoek aan de expositie van de Franse beeldhouwer Eugene Dodeigne in 1990. Koningin Beatrix was ook een liefhebber van Armando. In 1993 bezocht zij het Cultureel Festival Armando met een expositie in De Zonnehof en in 1998 opende zij het Armandomuseum in de Elleboogkerk.
Audiotour
Een bezoek van koningin Beatrix komt ook voorbij in de bijzondere audiotour over 65 jaar Rietveldpaviljoen. Theatermakers Rinske Bouwman en Inge Wannet brengen hierin het Rietveldpaviljoen letterlijk en figuurlijk tot leven. Met de audiotour loop je op een andere manier door en rondom het Rietveldpaviljoen terwijl je luistert naar verhalen over wat zich hier de afgelopen 65 jaar heeft afgespeeld. De audiotour is beschikbaar tijdens de jubileumexpositie van 28 november tot 19 januari. Maar ook daarna blijft het een vast onderdeel van het Rietveldpaviljoen. Zo kunnen ook toekomstige bezoekers genieten van de bijzondere geschiedenis van ons cultureel erfgoed.

Foto: Conny Meslier
Het Rietveldpaviljoen - een parel van cultureel erfgoed in Amersfoort - is een kunsthal voor iedereen.
Het RIETVELD ATELIER biedt ruimte aan wisselende kunstenaars die ter plekke werk maken voor en tijdens een expositie, en aan fotografen die samen met beeldend kunstenaars nieuw werk maken voor een expositie.
De RIETVELD KUNSTZAAL toont jaarlijks zes grote exposities. Daarnaast zijn er kortlopende exposities zoals de Kunstkijkdagen en eindexamenwerk van kunstopleidingen.
Het RIETVELD PODIUM maakt van elke expositie een belevenis met optredens van muzikanten, theatergroepen en dansgezelschappen, gespreksavonden en de maandelijkse talkshow Rietveld Live.
In het Rietveldpaviljoen ervaar je kunst net even anders!
Organisatie
Het Rietveldpaviljoen draait op zo’n vijftig vrijwillige medewerkers en een paar parttime betaalde krachten.
Stichting Rietveldpaviljoen bouwt voort op de inspanningen en resultaten van Stichting Amersfoort Fotostad. Momenteel verkeren we in een transitiefase, waarin de bevoegdheden en verantwoordelijkheden geleidelijk aan door de nieuwe organisatie overgenomen worden. Stichting Amersfoort Fotostad blijft als culturele ANBI vooralsnog voortbestaan.
Veilig werk- en leerklimaat
Om een veilig werk- en leerklimaat te waarborgen heeft het Rietveldpaviljoen een overeenkomst afgesloten met extern vertrouwenspersoon Conny Lubbersen in Bunschoten-Spakenburg. www.vertrouwenspersoon-werkgever.nl/contact

Het Rietveldpaviljoen, of de ‘Zonnehof’ zoals het pand ook wel wordt genoemd, werd op initiatief van toenmalig burgemeester Hermen Molendijk door Gerrit Rietveld ontworpen. In 1959 werd het opgeleverd als expositie- maar vooral ook als gemeenschapsruimte waar álle Amersfoorters van kunst en cultuur konden genieten. Rietveld liet 6.020 ‘duimpjes’ ofwel spijkertjes in de muren plaatsen zodat exposanten dat niet en nooit meer hoefden te doen. De inrichters van de huidige exposities zijn hem daar 65 jaar later nog bijzonder dankbaar voor. In het pand moesten ‘vooruitstrevende’ kunstwerken worden tentoongesteld waarbij de grote raampartijen en de open indeling ervoor zorgen dat deze werken goed tot hun recht komen’.
Het Rietveldpaviljoen diende ruim 50 jaar als expositieruimte om liefhebbers van kunst en cultuur bij elkaar te brengen, maar kende ook perioden van leegstand. In 2017 stond het pand, eigendom van de gemeente Amersfoort, zelfs te koop. De gemeente besloot gelukkig alsnog dat het pand beschermd en gekoesterd dient te worden en dat het voor iedereen toegankelijk en uitnodigend moet zijn. Door een burgerinitiatief kreeg het Rietveldpaviljoen in 2019 een bestemming als ruimte voor Fotografie en Beeldcultuur. De Stichting Amersfoort Fotostad kreeg een mandaat tot voorjaar 2024. In de programmering werd al snel de ‘verbreding’ gezocht; fotografie gecombineerd met beeldende kunst, literatuur, muziek. Per 1 april 2024 is de Stichting getransformeerd naar “033Rietveldpaviljoen”. Met een structurele subsidie geeft de gemeente Amersfoort perspectief op een duurzame invulling van het Rietveldpaviljoen als kunsthal voor iedereen, waar kunst wordt gemaakt, geëxposeerd en beleefd.
65 jaar Rietveldpaviljoen wordt in de tweede helft van 2024 uitgebreid gevierd met als slotstuk de jaarlijkse Rietveldexpositie, dit jaar van 28 november 2024 t/m 12 januari 2025. Er komt ook een jubileumboek op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg.
Het Rietveldpaviljoen bestaat 65 jaar. Dat vieren we met de jaarlijkse Rietveld-expositie, dit jaar van 28 november t/m 12 januari. En er komt een jubileumboek, op initiatief van Adri Colpaart, Anton Groot en Theo Miltenburg. De komende tijd lichten we op deze plaats steeds een tipje van de sluier.
Bij de RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, blijken in 2009 zeventig archiefdozen met materiaal over Rietveldpaviljoen ‘de Zonnehof’ terecht te zijn gekomen. Gered van de ROVA, gaat het verhaal. De dozen stonden er ongeopend en ongeordend. Theo Miltenburg en Anton Groot hebben ze allemaal doorgespit en de inhoud in kaart gebracht.
Vanaf de opening in 1959 is er publiciteit over De Zonnehof, zowel in landelijke als in regionale kranten:
‘Daar verrees ook een door Rietveld ontworpen permanent tentoonstellingsgebouw, waarmee Amersfoort meteen vooraan staat in de rij van Nederlandse steden die het met beeldende kunst goed menen’. (Algemeen Handelsblad, 1959)
‘Amersfoort heeft op een terrein van 20 x 20 meter een wereldberoemd tentoonstellingsgebouw’. (Parool, 1963)
‘Amersfoort kan zich er op beroemen een van de mooiste expositiegelegenheden van ons land rijk te zijn’. (Trouw, 1970)
In 1991 stond Amersfoort ruim een maand lang geheel in het teken van Hugo Claus; dichter, romanschrijver, toneelschrijver, beeldend kunstenaar, filmregisseur en scenarioschrijver. De Amersfoortse Culturele Raad organiseerde het Hugo Claus Festival met theater, film en poëzie.
In De Zonnehof was een overzichtstentoonstelling te zien van het beeldend werk van Claus in de periode 1950 – 1990, met ruim honderdvijftig tekeningen, gouaches, aquarellen en collages. Ter gelegenheid verscheen het derde deel van de Zonnehof-reeks: Hugo Claus Beeldend werk 1950 – 1990 (Freddy de Vree). Er was ook een symposium onder leiding van Adriaan van Dis.
NRC schreef in een recensie dat ‘de samenstellers van de tentoonstelling (Zonnehof-conservator Paul Coumans en Claus zelf), besloten om 'chaos' te hanteren als uitgangspunt. Samen haalden zij de hele expositie tevoorschijn uit een container waarin tijdelijk de inboedel van Claus was opgeslagen voor een verhuizing naar Antwerpen’.

In de herfst van 1984 was de tentoonstelling ‘COBRA, Aventures Collectives’ in De Zonnehof te zien. De expositie toonde de resultaten van de samenwerking tussen zes schilders die in 1948 in Parijs de kunstbeweging Cobra oprichtten; Dotremont, Alechinsky, Asger Jorn, Constant, Appel en Corneille.
Schilderijen, tekeningen, grafische bladen, geïllustreerde boeken, tijdschriften, vooral uit particuliere verzamelingen in Nederland, België, Denemarken en Frankrijk, illustreerden een van de belangrijkste experimentele uitgangspunten van Cobra: het idee dat scheppen collectief is. Elk schilderij in de tentoonstelling, elk werk op papier, of elk boek was een product waar minimaal twee kunstenaars aan hadden bijgedragen. Nooit eerder waren de vormen van samenwerking tussen de verschillende Cobra kunstenaars als uitgangspunt voor een tentoonstelling gekozen. Deze ‘Collectieve Avonturen’ waren voor het eerst te zien in De Zonnehof.
Bij de opening waren Karel Appel, Constant en Alechinsky aanwezig, evenals familie van Christian Dotremont en meerdere ambassadeurs. Een foto met Appel en Alechinsy tijdens de opening haalde de voorpagina van de Amersfoortse Courant.
Na De Zonnehof was de tentoonstelling ook te zien in het Frans Hals museum in Haarlem en in Kopenhagen, Aalborg, Luik en Tournay.
Voordat Gerrit Rietveld het huidige paviljoen ontwierp maakte hij verschillende andere ontwerpen. Hij maakte ook vaak maquettes. Op de foto een maquette van papier en karton van zijn eerste schetsontwerp (1956) voor een tentoonstellingspaviljoen op De Zonnehof, op verzoek van toenmalig burgemeester Molendijk.
Rietveld wilde voor een zuinige prijs een zo ruim mogelijk gebouw maken. Hij bedacht een groot museaal complex met meerdere vleugels, een hoog middendeel, een overdekte galerij voor beelden en heel veel glas, ook in het dak. Maar dit paste niet bij de ambities van de gemeente; te groot en te duur. Er waren ook twijfels over het materiaalgebruik en de schuin geplaatste ramen in het hogere deel. Het college van B&W besloot om verdere uitwerking op te schorten. In 1958 stelde de gemeenteraad 130.000 gulden beschikbaar voor de bouw van het huidige paviljoen.
De maquette van het eerste ontwerp is onderdeel van het Rietveld archief in beheer van het Centraal Museum Utrecht en daar ook te zien.

Het verhaal gaat dat Gerrit Rietveld zelf, staand op een ladder, op de avond voor de officiële opening op 12 september 1959, de naam boven de deur heeft geschilderd: ZONNEHOF. Naar het plein met de 19de-eeuwse villa De Zonnehof, waar het nieuwe tentoonstellingspaviljoen was gebouwd. Vanaf dat moment werd het De Zonnehof genoemd.
Begin 2018 was de toekomst van het paviljoen ongewis. De gemeente Amersfoort (eigenaar) wilde het verkopen of verhuren. Er waren verschillende iniatieven. Het AD hield een peiling via Facebook: Wat vind jij dat er met het Rietveldpaviljoen (Zonnehof Amersfoort) moet gebeuren? Gelukkig werd het geen koffiehuis, restaurant of winkel voor zelfgemaakte spullen, maar ‘een centrum voor fotografie en beeldcultuur’. Met de vele discussies was naar de achtergrond verdwenen dat het hier om cultureel erfgoed gaat, gebouwd door een wereldberoemde architect. De nieuwe beheerder, 033Fotostad, wilde dat culturele erfgoed benadrukken en bouwde daarom aan een nieuwe toekomst voor de kunsthal onder de naam Rietveldpaviljoen.
Rietveld zelf zou dat maar niks vinden en zijn familie ook niet. Maar Rietveld zei ook altijd dat zijn gebouwen niet voor de eeuwigheid waren gebouwd, vijftig jaar vond hij wel genoeg. Daar kijken we nu toch anders tegenaan. Met de naam Rietveldpaviljoen benadrukken we het cultureel erfgoed, en de link met het Rietveldpaviljoen in Venetië, en het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin van het Kröller-Müller museum
In 1987 werkten acht beeldhouwers, zes mannen en twee vrouwen zes weken samen tijdens het Beeldhouwerssymposium in Amersfoort. Van tevoren reisden de kunstenaars gezamenlijk naar steengroeves in België en Duitsland om een steen uit te zoeken. Ze konden kiezen uit groengrijze kalksteen uit Duitsland of zwarte hardsteen uit de Ardennen. De reusachtige blokken werden vervolgens naar een terrein bij de ijsbaan van Randenbroek vervoerd waar voor de gelegenheid een kunstenaarsdorp werd ingericht.
Paul Coumans, destijds directeur van De Zonnehof, was initiatiefnemer van dit evenement. Zijn voorbeeld waren de beeldhouwerssymposia die in Italië en Duitsland werden gehouden, in gebieden waar natuursteen werd gewonnen. Zoiets in Nederland organiseren was nog nooit gebeurd. Natuurlijk, Amersfoort stond en staat bekend als Keistad. Oorspronkelijk was het idee om een beeldhouwer te vragen iets moois te hakken uit de keien van Amersfoort. Dat kon natuurlijk niet, maar andere keien naar Amersfoort halen kon wel. Door enthousiasme van de gemeente Amersfoort, fondsen en bedrijven kon het Beelhouwerssymposium worden gerealiseerd.
In augustus en september van 1987 spreidde het Beeldhouwerssymposium zich uit over de stad. Het publiek kon de beeldhouwers aan het werk zien in het kunstenaarsdorp. Er werden discussiebijeenkomsten georganiseerd en films vertoond over beeldhouwkunst. In De Zonnehof was de expositie ‘Steen-Beeldhouwerssymposium’ te zien met werk van de acht deelnemers. Daarbij verscheen ook een catalogus.
Het Beeldhouwerssymposium was een enorm succes met zo’n 15.000 bezoekers waaronder koningin Beatrix, zelf beeldhouwster en groot liefhebster van moderne kunst.

Ter gelegenheid van het 65-jarig jubileum is de buste van Hermen Molendijk terug in het Rietveldpaviljoen. En daar zijn we blij mee! Immers, we hebben het vaak over Gerrit Rietveld, maar zonder Hermen Molendijk was het tentoonstellingspaviljoen De Zonnehof nooit gebouwd.
Molendijk was van 1946 tot 1961 burgemeester van Amersfoort. Een maand na zijn inhuldiging opende hij zijn eerste tentoonstelling in het St. Pieters en Bloklands Gasthuis. In zijn toespraak sprak hij deze veelbelovende woorden:
‘’U kunt zonder eenige reserve rekenen op den steun van het gemeentebestuur! De kunst vond te lang in Nederland bij de overheid geen belangstelling. De bevordering van de kunstuitingen ligt echter op den weg van regeering en stedelijke overheid.’’
Hij hield woord. Met visie, enthousiasme en een niet aflatende inzet gaf hij een enorme impuls aan kunst en cultuur in het naoorlogse Amersfoort. Hij zorgde ook voor meer geld.
‘’Toen ik hier kwam, stond er 1.500 gulden op de begroting voor culturele doeleinden. Dat was, geloof ik, voor speeltuinen. Toen ik wegging was er jaarlijks iets van vijf à zes ton voor cultuur.’’
Molendijk was bevriend met Gerrit Rietveld en vroeg hem een nieuw tentoonstellingspaviljoen te ontwerpen. Hij correspondeerde persoonlijk met Rietveld over zijn ideeën, de plannen en over de vele problemen die ze onderweg tegenkwamen.
Nadat Molendijk per brief een noodkreet aan de gemeenteraad stuurde, ‘’….wat het onderbrengen van tentoonstellingen van enig formaat betreft, kan in Amersfoort worden gesproken van een noodtoestand ….’’ gaf de gemeenteraad zijn fiat en kon de bouw beginnen.

Hermen Molendijk - beeldhouwster Charlotte van Pallandt
Is het je ooit opgevallen dat er naast het Rietveldpaviljoen een kunstwerk ligt?
Dertig jaar geleden, ter gelegenheid van het Mondriaanjaar in 1994, ontwierp de Nederlands-Israëlische kunstenaar Joseph Semah een speciale vloer van koper, staal en beton en plaatste deze naast De Zonnehof; een plattegrond-op-schaal van het Rietveldpaviljoen met een oppervlak van 40 m2. Hij noemde het kunstwerk ‘Driedimensionale Typografie nr. 1' en droeg het op aan Piet Mondriaan en tijdgenoot Gerrit Rietveld.
Bij de herinrichting van het Zonnehof plein werd het kunstwerk verwijderd zonder de kunstenaar daarvan op de hoogte te stellen. Maar Joseph Semah ontdekte het toen hij tijdens een bezoek aan Amersfoort langs het Rietveldpaviljoen wandelde om te kijken hoe zijn schepping erbij lag. In overleg met de gemeente werd het kunstwerk teruggeplaatst waar het nu weer is te zien.

© Joseph Semah
Vijf jaar geleden, op 15 oktober 2019, kreeg Amersfoort Fotostad, na een periode van leegstand, de sleutel van het totaal uitgewoonde Rietveldpaviljoen. In eerste instantie voor drie maanden; het werden vijf tropenjaren. Onder leiding van Hans van Helden en zijn kernteam zetten tientallen vrijwilligers de schouders onder het weer bewoonbaar maken van de kunsthal. Vanuit het hele land werden door andere musea afgeschreven spullen naar het paviljoen gebracht. Vanaf de eerste expositie was de formule: een combinatie van landelijk en lokaal, van fotografie en beeldende kunst en oog voor jonge makers.
Dit had succes en de periode van ‘leegstandsbeheerders’ werd stilzwijgend steeds verlengd. Fotostad organiseerde uiteindelijk 79 exposities en vele honderden andere activiteiten. De politieke erkenning volgde in 2022. Het Rietveldpaviljoen krijgt vanaf 2024 structureel subsidie van de gemeente en wordt onderdeel van de culturele basisstructuur. Er wacht een mooie toekomst voor het paviljoen waarvan ontwerper Gerrit Rietveld zelf dacht dat het geen blijvertje zou zijn.

Als liefhebster van moderne kunst én beeldhouwster heeft toenmalig koningin Beatrix een aantal exposities in De Zonnehof bezocht. Deze foto maakte fotograaf Conny Meslier tijdens haar bezoek aan de expositie van de Franse beeldhouwer Eugene Dodeigne in 1990. Koningin Beatrix was ook een liefhebber van Armando. In 1993 bezocht zij het Cultureel Festival Armando met een expositie in De Zonnehof en in 1998 opende zij het Armandomuseum in de Elleboogkerk.
Audiotour
Een bezoek van koningin Beatrix komt ook voorbij in de bijzondere audiotour over 65 jaar Rietveldpaviljoen. Theatermakers Rinske Bouwman en Inge Wannet brengen hierin het Rietveldpaviljoen letterlijk en figuurlijk tot leven. Met de audiotour loop je op een andere manier door en rondom het Rietveldpaviljoen terwijl je luistert naar verhalen over wat zich hier de afgelopen 65 jaar heeft afgespeeld. De audiotour is beschikbaar tijdens de jubileumexpositie van 28 november tot 19 januari. Maar ook daarna blijft het een vast onderdeel van het Rietveldpaviljoen. Zo kunnen ook toekomstige bezoekers genieten van de bijzondere geschiedenis van ons cultureel erfgoed.

Foto: Conny Meslier
Onder constructie.








Elias Halabi is een freelance fotograaf en exposant, gespecialiseerd in maatschappelijk gerichte fotografie gebaseerd in Bethlehem, Palestina. Halabi ontwikkelde een goede focus voor sociaal-culturele interpretaties hij studeerde sociologie/psychologie aan de Universiteit van Bethlehem.
Vivien Sansour is een landbouw specialist, schrijver, producent en fotograaf. Ze heeft gewerkt op het gebied van landbouw, met name het jaren lang documenteren van de verhalen van boeren. Vivien heeft gewerkt met boeren in Palestina, Uruguay, Mexico (Chiapas) en Italië.
Nico Brons is afgestudeerd aan de fotoacademie in Amsterdam op 18 december 2013.
Mijn naam is Cees de Vries. Ik woon sinds 2005 samen met mijn vriendin in de wijk Vathorst. Ik ben inmiddels 68 jaar en u zult begrijpen dat ik de binnenzijde van deze twee ziekenhuizen, ook gezien mijn medisch verleden aardig op het netvlies heb staan. Fotograferen doe ik al vanaf mijn 15 jaar, maar sinds mijn komst naar Vathorst is de hobby een Passie geworden. In Vathorst is ook een fotoclub opgericht met de naam ZoneV en van Fotokring Eemland ben ik naar de club in Vathorst verhuisd. Exposities van ZoneV waren te zien in de Icoon, bibliotheek Hoogland, stations traverse Amersfoort centraal en tijdens Amersfoort Fotostad.
Cees Wouda heeft zichzelf op later leeftijd omgeschoold tot fotograaf en heeft zich door zijn betrokkenheid veel activiteiten ontwikkeld tot één van de bekendere fotografen van Amersfoort. Hij fotografeert veelal de actualiteit met een voorkeur voor kunst en cultuur.
Klaas van Huizen is een onafhankelijk fotograaf en internationaal organisator/curator van foto-exposities. Na zijn fotografie studie, gevolgd door aanvullende cursussen en workshops, werkte hij lange tijd voor verschillende tijdschriften.
“Doorkijken”. Een prachtige kans om architectuur, de mensen die erin wonen en de omgeving die betekenis heeft voor Amersfoort vast teleggen. Zo’n uitdaging wil ik wel aangaan als fotograaf. Het geeft mij een kans om meerdere lagen proberen te geven aan het begrip “doorkijken”.
Sabine Keijzer maakt voornamelijk portretfoto’s, waarbij ze graag gevoel, sfeer en stijl nog mooier in beeld brengt. Wat maakt jou uniek? En hoe zie jij jezelf het liefst op foto? Haar foto’s kenmerken zich door de subtiel stralende lach. Ook zijn het vaak kinderen die ze fotografeert, die onbezorgdheid en onbevangenheid wil ze in haar foto’s vangen.
Ingeschreven bij de KvK als fotograaf in 2015. Fotograferend sinds mijn kinderjaren. Analoog, altijd op zoek naar gekke plaatjes. In het begin werkend in een kleine doka op de slaapkamer van mijn ouders waar mijn vader zijn eerste eigen kleurenprintjes uitprobeerde. Later op zoek naar baantjes bij plaatselijke fotograaf zoals Foto de Smalen op de Korte Gracht. Daar een klein jaartje mogen werken totdat de “grote baas” van weleer vond dat het genoeg was. Kostentechnisch. Later nog vaak foto’s voor Paul geschoten van bruidsparen. Dit werk later een periode voortgezet bij Jos Ruijssenaars op de Wiekslag. Hier geleerd om echt te fotograferen en om echt massa werk te verzetten in de doka. Jos had een fijn gevoel voor uitsneden en composities.
Sommige kunstenaars zeggen: “ik ga me specialiseren en daar dan heel goed in worden.” Dat kan ik bij anderen erg waarderen. Maar specialisatie lijkt voor mij niet te zijn weggelegd. Ik doe veel. En dan nog een beetje meer. Mijn projecten zwiepen heen en weer tussen hilarische beelden en performances tot aan verstilde fotografie.
Rob Steenhorst (Amsterdam 1952, gehuwd 1 zoon, woont en werkt te Leiden)
Natuur heeft mijn warme belangstelling. Ik voel me er prettig en thuis.
Straat/Grote-stads-fotografie, ‘to catch the times’, is mijn eerste liefde. Later, op zoek nar ruimte wijdse landschappen met grote donkere wolkenluchten. Gebruikmakend van urban en big sky beeldtaal zijn o.a. de Living on Borrowed Time series ontstaan na een bezoek aan Sobibor waar mijn oom waar ik naar genoemd ben in 1943 is vermoord.
“Ik zie fotografie als een onderzoek naar het leven en naar mezelf. Met mijn camera beschouw ik mezelf als een soort antropoloog die onderzoek naar gevoelens en levensvragen. Er zijn een aantal thema’s die ik niet los kan laten en de kern vormen van mijn bestaan. Overleven, vrijheid en vergankelijkheid. Deze thema’s zitten vast aan mijn ziel en ik moet dit onderzoeken. Ik word gegrepen door echte verhalen waar de essentie van leven en geloof voor mij bij elkaar komen.”
Als beeldmaker en professioneel fotozwerver (1964) hou ik van mensen. Fotografeer deze dan ook het liefst. Ben geïnteresseerd in het echte verhaal achter de mens. Het pure portret maar ook een verstild Nederlands landschap krijgt zomaar mijn liefde. Beeld moet emotie oproepen en bijblijven als herinnering. Terugkerende onderwerpen in mijn autonoom werk: verstilde weidsheid, de mens op straat, verlatenheid en Texel.
Als documentair fotograaf richt Saskia Aukema zich op onderwerpen die maatschappelijk gevoelig liggen of zich zelfs in de taboesfeer bevinden, zoals maagdelijkheid op hogere leeftijd en het dragen van een gezichtssluier. Een onderdeel uit dat laatstgenoemde project won begin dit jaar een Zilveren Camera in de categorie Portretten.
Rob Acket (Amersfoort, 1959) wist al op jonge leeftijd dat hij fotograaf wilde worden. De magie van de donkere kamer en de foto die zich daar technisch ontwikkelt, fascineerde hem mateloos. “Plaatjes maken blijft het leukste wat er is,” aldus Rob, ondanks dat de donkere kamer heeft plaats gemaakt voor een computer.
Oscar Voch is kunstenaar en fotograaf, waarbij deze laatste hoedanigheid geheel in dienst staat van de eerste.
De serie UCP is ontstaan tijdens een opname in een psychiatrisch ziekenhuis na een suïcide poging. De dag waarop ik werd overgebracht naar de gesloten afdeling was een mooie, zonnige dag. Er viel een streep ligt tussen de gordijnen door. Ik maakte een zelfportret. Mijn hoofd viel in de zwartheid van de schaduw, net zoals ik dat van binnen voelde. Het voelde fijn om te zien dat wat ik voelde op dat beeld stond. Zo ben ik door gegaan met fotograferen. Het gaf me rust om bezig te zijn met hoe ik me voelde, zonder woorden te gebruiken.
Keke Keukelaar, 1971.
Jolanthe Lalkens portretteert mensen op een integere, subtiele maar ook intense manier. In de foto’s die ze laat zien komt het onderzoek naar het portret naar voren. Waar zit de kracht en waar de kwetsbaarheid? Dit heeft geleid tot tentoonstellingen o.a in de Nieuwe Stad en Museum Flehite te Amersfoort. Voor de tentoonstelling ‘Gelaagde portretten’ is zij bezig een serie te maken over jongeren tussen de 15 en 20 jaar waarin ze de overgang van kind naar volwassen probeert weer te geven.
De fascinatie voor het menselijk bestaan ligt ten grondslag aan mijn portretfotografie. Het fotograferen van gezichten is mijn manier om het leven te begrijpen. Ik zie het als een poging het menselijk bestaan een gezicht te geven.
Roel Heijmans is kunstenaar, wiens werk onderdeel uitmaakt van de kunstuitleencollectie van Special Arts.
Roel is afgelopen jaar begeleid door fotograaf
‘Het is niet mijn lichaam, maar wel mijn ziel.’
De beelden bestaan veelal uit analoge foto’s, die ik afdruk in mijn doka. In het donker ontstaan de associaties die ik weer meeneem het licht in. Daar werk ik verder aan de foto’s, door elementen toe te voegen, of delen te verwijderen. Zo versterken de gebruikte technieken de uiteindelijke lading van de beelden.
Onlangs verhuisde de Tsjechische fotografe Sarka Kastnerova naar Amersfoort. Tijdens 033Fotostad laat zij voor het eerst in Nederland haar werk zien, met name portretten van een INTERNATIONALE VOEDSELBEURS.
‘Ik kwam, ik observeerde, ik bevroeg en ik vertelde. Ik kwam omdat het totaal onbekend was. Ik observeerde, omdat ik nog niet wist wat ik zag. Ik bevroeg, omdat ik nog niet begreep wat ik waarnam. Ik vertelde, omdat ik iets nieuws had ontdekt en het graag wilde delen. Zonder delen blijft het voor mij doelloos’. – Eva
ESTONIA TWENTYTHREE is een creatief onderzoeksproject met als focus de generatie Esten die in 1991 zijn geboren. Twentythree staat voor de jaren van de onafhankelijkheid van Estland en de leeftijd van de generatie uit 1991. Als studente aan de Willem de Kooning academie heeft de Amersfoortse Eva van der Craats in 2013 een half jaar gewoond en fotografie gestudeerd in Tallinn. In deze installatie doet zij in beeld en tekst verslag van dit onderzoeksproject.
FOTODOK is een internationale plek voor documentairefotografie in Utrecht. Sinds 2008 brengt FOTODOK urgente, onderbelichte, mooie, spannende maatschappelijk betrokken documentaire verhalen onder de aandacht van zowel een breed lokaal en nationaal als een wereldwijd gespecialiseerd publiek. Zij doet dit door middel van een divers programma met tentoonstellingen, kritische lezingen en debatten, educatie en internationale samenwerking en uitwisseling.
In Amersfoort exposeren Baukje Rienks, Monique Langezaal, Ward Snijders en Pieter Koning, Bram Vermeer en Jenneke Visser.
De fotografie is, samen met de muziek, de pijler waarop al mijn werk gebaseerd is. Alle soorten en maten van fotografie hebben mijn belangstelling en zijn ook onderdeel van mijn werk. Van straight photograph tot collage of verfrommelde foto.
ER ZIJN, wat betekent dat nu eigenlijk. Voor kunstenaar Michiel Knaven werd een tipje van de sluier opgelicht tijdens de colleges van Jan Flameling. Hij besloot dit te onderzoeken door de dagelijkse momenten die hem doen beseffen dat hij er is, dat hij bestaat, te gaan fotograferen. Dit onderzoek nam ruim 3 jaar in beslag en resulteerde in 620 indringende foto’s.
In zijn interactieve werk INTERACTIVE NARRATIVES gebruikt Frans van Viegen zijn persoonlijke beelden en eigen context als een vertrekpunt voor de kijker, waarmee hij de kijker aanmoedigt om er zijn/haar eigen verhaal van te maken. Een combinatie van beeld, beweging en geluid.
Hans Lemmerman en Inge van Run vormen Het Wilde Oog. Het Wilde Oog maakt vanaf 2000 de sprong van cultureel erfgoed naar kunst en vormgeving met Spakenburg als epicentrum.
De tot theatermakers opgeleide Hans Lemmerman en Inge van Run doorbreken een traditionele benaderwijze door vrouwen in klederdracht en vissers te mixen met kunst van nationale en internationale signatuur. Van Mondriaan, Rietveld, Armando tot Kounellis, Tony Cragg en Jeff Koons.
Mujtaba Jalali (24) is geboren en opgegroeid in Iran. Zijn ouders komen uit Afghanistan, maar moesten enkele decennia geleden vluchten voor de oorlog in hun land. Mujtaba studeerde in Iran Engelse literatuur en werkte als freelance fotojournalist.
“Vorig jaar ben ik gevlucht van Iran naar Nederland. Tijdens mijn reis heb ik de ellende en de hoop gezien in de ogen van duizenden migranten. Toen 033Fotostad me vroeg om foto’s te maken voor de expositie ‘Ruth’ heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Het is belangrijk dat we kennis maken met elkaar, de vluchtelingen en de Nederlanders. In het lied van Stef Bos is die wens mooi verwoord. Mijn fotoserie laat drie vrouwen zien met de ‘kostbaarheden’ die ze hebben meegenomen op hun lange reis door Europa.”
“Ik zie fotografie als een onderzoek naar het leven en naar mezelf. Met mijn camera beschouw ik mezelf als een soort antropoloog die onderzoek naar gevoelens en levensvragen. Er zijn een aantal thema’s die ik niet los kan laten en de kern vormen van mijn bestaan. Overleven, vrijheid en vergankelijkheid. Deze thema’s zitten vast aan mijn ziel en ik moet dit onderzoeken. Ik word gegrepen door echte verhalen waar de essentie van leven en geloof voor mij bij elkaar komen.”
Carla Kogelman (1961, Raalte) is ruim 25 jaar werkzaam geweest in de theaterwereld en studeert eind 2011 af aan de Fotoacademie in Amsterdam met als specialisatie reportage, documentair en portret.
Autonoom fotograaf. Al direct kreeg ik de behoefte mensen te fotograferen. In mijn beginperiode (1982) kon ik de vele verzamelde boeken van de ‘Grote Fotografen’ met moeite dichtslaan. Al dat prachtige fotowerk heeft mij veel inspiratie gegeven Dit alles heeft – volgens de kenners – een eigen handschrift opgeleverd. Publicist van 4 fotoboeken. Lid: Dupho/GKF
